Stakeholder Interview : Ronel Dielissen en Math Catsberg
Algemeen Directeur Mebin en Voorzitter Ondernemingsraad Mebin
De communicatie is veel opener dan vroeger
Per 1 oktober 2010 is Ronel Dielissen, afkomstig van ENCI, Algemeen Directeur van Mebin geworden. Direct bij haar aantreden dwongen ongunstige financiële resultaten haar tot een reorganisatie. In overleg met de OR en de vakbonden werd de reorganisatie medio 2011 afgerond. We vroegen Ronel en Math Catsberg, vertegenwoordiger van de OR, hoe zij aankijken tegen het verloop van dit proces.
Ronel: “10% inkrimping betekende een personeelsreductie van 40 mensen en afstand doen van vier betoncentrales. Uit ervaring weet ik dat een reorganisatietraject veel onrust in de organisatie geeft. Daarom hebben we het traject zo zorgvuldig mogelijk aangepakt. Er is uiteindelijk voor 10 mensen een ontslagvergunning aangevraagd. Gelukkig heeft een aantal daarvan via het outplacementtraject of zelfstandig inmiddels een nieuwe baan gevonden.”
“ De directie informeert de OR beter over activiteiten die ze wil ondernemen ”
Constructief overleg
Ronel: “Ik had me voorgenomen dat dit traject drie maanden mocht duren. Ik heb de vakbonden vroegtijdig over de reorganisatie ingelicht en de overleggen met OR en vakbonden ineen geschoven. De OR had de rol van adviseur, de vakbonden de rol van onderhandelaar. Zo zaten we met deze drie partijen tijdens de vergaderingen ook echt fysiek aan tafel. Deze vorm van overleg heeft ons ontzettend veel tijd bespaard. Bovendien had iedereen de informatie uit de eerste hand. We hebben gedurende het proces een aantal time-out momenten ingelast, waarin OR en vakbonden met elkaar konden overleggen. Dat deed ik dan ook met de HR manager. Het heeft ook geholpen dat we als directie een Mebinwaardig sociaal plan wilden hebben, met zo min mogelijk ontslagen. Èn dat de OR constructief meewerkte.”
Math: “Vanuit werkgeverszijde is naast de reorganisatie, de flexibele inzet van medewerkers een belangrijk onderwerp. Dat betekent dat er gesaneerd wordt in het werknemersbestand, maar ook dat er ondertussen mensen worden ingehuurd. Daar zit wat ons betreft een grens aan. Ik vind dat er nu te weinig naar alternatieve modellen is gekeken om de organisatie anders in te richten. Het is nu óf flexibiliteit óf vergrijzing, terwijl volgens mij ook nog andere oplossingen mogelijk zijn. Hetzelfde werk moet door minder mensen worden gedaan.
Ook zullen meer mensen dubbelfuncties gaan bekleden waarbij wel moet worden bekeken of die wel aansluiten bij de capaciteiten van de betreffende mensen. Beide ontwikkelingen zullen zorgen voor een toenemende werkdruk wat een grote bron van zorg is voor de OR. De reorganisatie mag er natuurlijk niet toe leiden dat de kwaliteit van de dienstverlening en het persoonlijke functioneren in het gedrang komen. Wel is de communicatie tussen directie en de organisatie veel opener dan vroeger en informeert de directie de OR beter over activiteiten die ze wil ondernemen. Daar zijn we als OR heel blij mee.”
